O kijk: een bonuskoe tussen de droge koeien. Die hoort daar niet te lopen.’ Christine de Jong tuurt in de verte naar de groep grazende droge koeien. ‘Ach ja, ze is niet in paniek. Blijkbaar wil ze daar grazen. Ik haal haar later wel op.’ Er is geen spoortje van verwijt of onrust te merken bij de melkveehoudster uit Gorredijk als ze ziet dat een van haar 75 melkgevende jerseykoeien is ontsnapt. ‘De koeien bepalen zelf wat hier gebeurt, niet ik.’ Dat de eigenzinnige jerseys haar werkzaamheden bepalen, staaft ze met een ander voorbeeld. ‘Elke dag krijgen de koeien een nieuw perceel gras. Maar als ze na vijf minuten omdraaien en weer naar de stal lopen, open ik een ander perceel waar ze naartoe kunnen. Als ze op dat eerste perceel niet willen grazen, zullen ze van dat gras ook geen melk geven en moet je in actie komen.’
Ondernemende Boerin: 'Hier, op deze plek ben ik echt thuis'

Dat Christine de Jong boerin werd, was niet vanzelfsprekend, maar na talloze verre reizen hervond ze haar thuis in Friesland. Dierenwelzijn, duurzaamheid en arbeidsplezier zijn haar drijfveren, waarbij eigenzinnige jerseykoeien centraal staan. ‘De koeien bepalen hier wat er gebeurt, niet ik.’
Jerseys met vrouwelijke uitstraling
Christine (35) is sinds vijf jaar boerin. Haar manier van werken wijkt duidelijk af van hoe haar ouders jarenlang boerden. ‘Mijn ouders hadden een bedrijf met ruim 300 holsteinkoeien. Het was prachtig om op de boerderij op te groeien, maar ik had geen interesse om boerin te worden.’ Christine ging studeren in Groningen en werkte daarna een tijdje in de communicatiesector. Daarna maakte ze de switch naar docent Engels. Tussendoor maakte ze meerdere lange reizen. In de kast in de keuken prijken kleurrijke foto’s en fotoboeken van landen op diverse continenten. ‘Het was voor veel mensen een verrassing dat ik uiteindelijk boerin ben geworden. Mede door al het reizen besef ik eigenlijk hoe goed we het hier in Nederland hebben. Hier, op deze plek, ben ik echt thuis.’ Omdat ze tijdens haar werk als docent het buitenleven miste, werd ze compagnon op een schapenbedrijf met 400 melkschapen. In de straat van haar ouders kwam op dat moment ook een jongveeopfoklocatie beschikbaar die ze zelfstandig kon kopen. Er ontstond een samenwerking met haar ouders, waarbij een deel van het jongvee bij haar op stal werd gehuisvest, terwijl ze zelf actief bleef op het schapenbedrijf. Toen haar ouders besloten de ouderlijke boerderij te verkopen, kwam haar stal leeg te staan. Dat was het moment om na te denken over de verdere invulling van het bedrijf. En dat werd zelf koeien melken. De ruim vijftig jaar oude stal had beperkingen in maatvoering. Het was de moeder van Christine die haar wees op jerseys, die kleiner zijn dan holsteinkoeien. ‘We zouden bij meerdere jerseybedrijven gaan kijken, maar op het eerste bedrijf wist ik het al: dit zijn mijn koeien. Eigenwijs en met een typisch vrouwelijke uitstraling, dat past wel bij mij.’ Een jaar na de opstart ontstond het idee om biologisch te gaan boeren. ‘We produceerden al melk volgens het duurzaamheidsprogramma Beter voor Natuur & Boer van Albert Heijn. Het was een kleine en vooral logische stap om ook biologisch te gaan werken. We produceren hier op een duurzame manier melk en sturen minder op maximale productie. Ik wil werken aan een systeem dat op de lange termijn klopt en waarbij dierenwelzijn en werkplezier voorop staan.’
Positieve dingen tonen
Wie Christine volgt op Instagram, zal daar haar bedrijfsvisie gelezen hebben: Christinesfarm, waar dier, natuur en boer samenwerken. Ze deelt er foto’s en video’s van het dagelijks leven op de boerderij en van privégebeurtenissen, zoals vakanties. ‘Het is voor mij mijn dagboek. Ik wil burgers betrekken bij het boerenleven, maar ook juist collega’s en jonge boeren laten zien hoe mooi het werken op een melkveebedrijf eigenlijk is. Het hoeft niet altijd te draaien om groter worden en meer te produceren. Er zijn ook andere manieren om met plezier te boeren.’ Maar, zo zegt ze er direct achteraan, ze wil zich beslist niet afzetten tegen de gangbare manier van boeren. ‘Niet iedereen kan of wil doen wat ik doe. Maar ik laat vooral de positieve dingen zien. Dat ik kan genieten van een net geboren kalf, het laatste rondje ’s avonds door de stal, een herkauwende, gezonde koe. Het lijkt immers wel of nu alles draait om stikstof en regelgeving, terwijl het boerenleven juist zoveel mooie kanten heeft.’ Christine kocht vijf jaar geleden zestig hoogdrachtige jerseypinken in Denemarken, die de start waren van haar carrière als melkveehouder. Via Instagram mochten haar volgers de dieren een Deense naam helpen geven. Op de robotlijsten prijken nu vrolijke namen als Marit, Mette, Ingborg en Sofi. Het streven is dat de meeste koeien in het voorjaar afkalven. Niet alleen om dan zoveel mogelijk te profiteren van het weidegras, maar ook om werkzaamheden beter te kunnen plannen. ‘In het voorjaar ligt mijn focus op het afkalven en de kalfjes. In de zomer gaat het om koeien drachtig krijgen en in het najaar is het vooral belangrijk om de koeien goed naar de droogstand te begeleiden.’ In het najaar en de winter is het vervolgens zo rustig dat ze het werk met een gerust hart aan oud-stagiaires overlaat om er even tussenuit te gaan. Bewust kiest ze ervoor om ook vakantieberichtjes te plaatsen op Instagram. ‘Ik wil laten zien dat boeren en vrijheid goed samen kunnen gaan.’
‘Ik wil laten zien dat boeren en vrijheid goed samen kunnen gaan’
Moeilijk afscheid nemen
Voor de melkrobot in de stal staan een aantal koeien ongeduldig te wachten. ‘Ik haal nooit koeien op’, klinkt het stellig. ‘Een vaars moet ik wel eens helpen, maar nee, de lijst met ophaalkoeien staat niet standaard aangevinkt. Koeien hebben een eigen ritme. Als ik een koe geforceerd naar de robot breng, verstoor je die volgorde en raken de andere koeien ook in de war.’ De attentielijst voor diergezondheid van de robot, die de bijnaam Robbie heeft, is voor Christine waardevoller. ‘Ik krijg tijdig een attentie als de geleidbaarheid van een koe oploopt of als het robotbezoek en de melkgift afwijken. Die koeien controleer ik, maar vaak is het loos alarm of heb ik zelf al in de gaten dat er iets scheelt.’ Meteen ingrijpen is overigens niet vanzelfsprekend. ‘Mijn belangrijkste taak is eigenlijk het observeren van de koeien. Wijkt haar gedrag af ? Heeft ze weerstand genoeg om zelf te herstellen met uiermint of een pijnstiller? Dat moet je leren, maar vaak kunnen koeien zelf meer dan je denkt. Alleen als het echt nodig is, gebruik ik antibiotica.’ De oudste jerseykoeien zijn inmiddels acht jaar. ‘Die kunnen echt nog jaren mee, ik wil toewerken naar een hoog leeftijdsgemiddelde en zorgen voor een laag vervangingspercentage’, legt ze uit. ‘Daarom heb ik afgelopen jaar vijftien koeien met gesekst sperma van Deense jerseystieren geïnsemineerd. De rest is drachtig van een Belgisch witblauwe stier.’ Kruisen met witblauw is economisch aantrekkelijk, maar heeft ook een andere reden. ‘Ik kan maar moeilijk afscheid nemen van dieren. Als zo’n kruislingkalf geboren wordt, weet ik vanaf het eerste moment dat ik het niet zal aanhouden.’ Vorig jaar experimenteerde ze met pleegmoeders, die per koe drie kruislingkalveren zoogden. ‘Na die drie maanden gingen de koeien gewoon weer naar de robot en de kalveren naar een afmester.’ Of dat financieel uitkon? ‘Het kostte me nauwelijks werk en zowel de koe als de kalveren deden het heel goed. Als je goede afspraken met een afnemer maakt, denk ik dat je daar wel een goed verdienmodel van kunt maken’, stelt ze. Zo experimenteerde ze wel meer. Drie jaar lang waren er pipowagens te huur en die zorgden voor veel bezoekers en interactie op het erf. ‘Erg leuk, maar het was wel veel werk en dat ging ten koste van de koeien. Daarom ben ik daar voorlopig mee gestopt.’
Systeem moet kloppen
Ook ontvangt ze met regelmaat excursies of mag ze tijdens gastlessen op scholen vertellen over haar manier van boeren. Soms krijgt ze ook de vraag of ze op deze manier wel genoeg geld kan verdienen. Over cijfers en kengetallen is ze nuchter. ‘Ik weet niet eens precies de gemiddelde productie per koe. Ik werk graag simpel, waardoor de kosten laag blijven. Voor mij zijn de gehaltes interessanter en draait het om het totaalplaatje. Als de dieren gezond zijn en het systeem klopt, komt de melk vanzelf.’ Ze zit nu in de fase van bedrijfsovername. Hoe vinden haar ouders eigenlijk haar manier van werken? ‘Zij boerden in een andere tijd en maakten daardoor andere keuzes. Maar het ondernemerschap heb ik van hen geleerd. Uiteindelijk gaat het er voor mij om dat het hier klopt. Voor de koeien, voor het bedrijf en voor mezelf.’
