Fokken op methaan wereldwijd op stoom

Fokken op methaan wereldwijd op stoom

Met een erfelijkheidsgraad van ongeveer 20 procent is methaanuitstoot een kenmerk waarop met succes gefokt kan worden. Internationaal wordt dan ook veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen genetische aanleg en de productie van het krachtige broeikasgas. De potentie van fokken op minder methaan zal echter pas worden benut als er voor veehouders een beloning tegenover staat.

Het lijkt misschien niet zo veel. Door methaanreductie op te nemen in het fokdoel voor melkkoeien kan de uitstoot van dit broeikasgas met ongeveer een procent per jaar worden verlaagd. Het effect van de inzet van additieven of rantsoenaanpassingen is op de korte termijn veel groter. ‘Maar met fokkerij leg je de aanleg voor een lagere methaanuitstoot blijvend vast en het effect stapelt van koeiengeneratie op koeiengeneratie. Zo kan via fokkerij in 2050 een permanente reductie van ruim twintig procent worden bereikt’, vertelt Anouk van Breukelen van de afdeling Veefokkerij en genomica van Wageningen UR. Ze promoveerde op een groot project dat ten grondslag ligt aan de methaanfokwaarden die nu in Nederland worden geschat. En ze werkt aan diverse vervolgonderzoeken.

‘Fokkerij is bovendien een relatief goedkope manier om de uitstoot van methaan te verminderen’, voegt de wetenschapper nog toe. ‘De ontwikkeling van fokwaarden is een investering, maar daarna zijn de kosten voor toepassing beperkt. Vergelijk dat maar eens met de inzet van additieven die steeds opnieuw moeten worden gekocht en waarvan het effect direct stopt zodra je stopt met voeren.’

Een procent minder methaan per jaar

Het is dan ook niet verwonderlijk dat wereldwijd miljoenen worden geïnvesteerd in onderzoek naar de mogelijkheden om via fokkerij de uitstoot van methaan uit de veehouderij te verlagen. Methaan is als broeikasgas ongeveer 28 keer sterker dan CO2 en de veehouderij is, vooral via methaan, verantwoordelijk voor zo’n zeven procent van de wereldwijde broeikasgasemissie. Nederland is een van de koplopers in het onderzoek naar methaanreductie via fokkerij. Maar inmiddels lopen er in de wereld tientallen onderzoeksprogramma’s bij melkvee, vleesvee en schapen. Zo coördineert de vakgroep Veefokkerij en genomica het grote internationale onderzoeksproject Global Methane Genetics.*

‘We hebben de afgelopen jaren veel kennis verzameld over de relatie tussen genetische aanleg en methaanuitstoot’, vertelt Van Breukelen. ‘Zo weten we dat de erfelijkheidsgraad voor methaanuitstoot ongeveer 20 procent is en dat het met een afgewogen fokdoel, met methaanreductie als onderdeel, mogelijk is om de uitstoot met een procent per jaar te verlagen zonder in te leveren op andere belangrijke kenmerken’.

Nieuw: onderzoek naar microbioom

Tegelijkertijd is er volgens Van Breukelen nog veel te ontdekken over de relaties tussen genetische aanleg en methaanuitstoot. Zo gaat het verzamelen van methaandata door om de betrouwbaarheid van fokwaarden verder te verhogen.

‘Daarnaast wordt meer onderzoek gedaan naar de genetische samenhang tussen methaanuitstoot en productiekenmerken’, vertelt ze. ‘In sommige onderzoeken zien we dat een hogere genetische aanleg voor melkvetproductie samengaat met een ongewenste hogere genetische aanleg voor methaanproductie. Maar heel duidelijk is deze relatie nog niet. Ook lijkt een hogere genetische aanleg voor voerefficiëntie gepaard te gaan met een gunstige genetische aanleg voor methaanuitstoot. Maar ook hier willen we graag nog meer over weten.’ Volgens haar is er daarnaast nog veel onbekend over het gecombineerde effect op de methaanuitstoot van fokkerij en rantsoenaanpassingen of inzet van additieven. ‘Het zou mooi zijn als de effecten bij elkaar opgeteld kunnen worden. Maar het is ook heel goed mogelijk dat maatregelen elkaar beïnvloeden. Hier weten we nog maar heel weinig van’, erkent Van Breukelen.

Betrekkelijk nieuw in het onderzoek naar methaan is de aandacht voor het zogenaamde microbioom. Iedere herkauwer heeft in de pens een unieke verzameling van micro-organismen die voer afbreken. De samenstelling van dit microbioom beïnvloedt de vorming van methaan en is onder andere afhankelijk van het rantsoen en de omgeving waarin het dier wordt gehouden. ‘Maar de samenstelling van het microbioom is deels ook erfelijk bepaald’, vertelt de onderzoeker. ‘Dit betekent dus dat we via selectie en fokkerij ook het microbioom van de volgende generatie kunnen beïnvloeden. Wellicht nemen we dit deels al mee als we direct fokken op minder methaan. Maar het zou ook kunnen dat we met aandacht voor het microbioom extra vooruitgang kunnen boeken.’

Verdienmodel cruciaal voor toepassing

Cruciaal voor het benutten van de potentie van fokkerij is een beloning voor veehouders als ze de methaanuitstoot verminderen, realiseren de wetenschappers zich. Ook dit aspect wordt daarom in het onderzoek meegenomen. ‘Het is in de eerste plaats belangrijk dat een gerealiseerde verbeterde genetische aanleg voor methaanproductie wordt geborgd, bijvoorbeeld door het vastleggen van fokwaarden in de KringloopWijzer’, geeft Van Breukelen aan. ‘Maar daarna moet er voor veehouders ook een verdienmodel zijn, bijvoorbeeld via een plus op de melkprijs van hun zuivelverwerkers.’

In de huidige onderzoeksprojecten is dan ook veel aandacht voor toepassing van de kennis in de praktijk. ‘De instrumenten om te fokken op methaanreductie zijn er al of ze komen er op korte termijn aan. Maar deze zullen pas echt wat gaan opleveren als het voor veehouders meerwaarde heeft om hier gebruik van te maken’, benadrukt ze.

*Wageningen UR coördineert Global Methane Genetics

De afdeling Veefokkerij en genomica van Wageningen UR coördineert het internationale project Global Methane Genetics, waarin onderzoek naar de relatie tussen genetische aanleg en methaanuitstoot van herkauwers wordt gebundeld. Het project met meer dan vijftig partners strekt zich uit over 25 landen en een groot aantal melkvee-, vleesvee- en schapenrassen. Het totale onderzoeksbudget is ruim 27 miljoen dollar en grotendeels afkomstig van filantropische fondsen zoals het Bezos Earth Fund.

‘Een belangrijke voorwaarde van de financiers is dat kennis en data open met elkaar worden gedeeld. Daarmee is veel winst te behalen’, vertelt projectleider Roel Veerkamp van Wageningen UR. ‘Door bundeling en uitwisseling van kennis en data kunnen we de fokkerij op methaanreductie wereldwijd versnellen’, legt de hoogleraar veefokkerij en genomica uit. ‘Dit doen we bijvoorbeeld door het delen van kennis over meetprotocollen, onderzoeksmethoden en fokwaardeschatting. Ook werken we aan een internationale databank met als doel het vastleggen van de methaanuitstoot en het DNA van zo’n 110.000 runderen en schapen en informatie over het microbioom van zo’n 20.000 dieren’, licht hij toe. ‘Hiermee kan de betrouwbaarheid van methaanfokwaarden worden verbeterd en effectiviteit van fokken op minder methaan worden vergroot.’

Fokkerijwereld werkt aan methaanfokwaarden

CANADA
In april 2023 publiceerde Canada als eerste land in de wereld een fokwaarde voor methaan. De Canadese fokwaarde methaanefficiëntie wordt geschat op basis van data van vaarzen in de Canadese melkcontrole. De methaanuitstoot van deze vaarzen is afgeleid uit de mid-infraroodspectra van melkmonsters die ook worden gebruikt voor de berekening van bijvoorbeeld de vet- en eiwitgehalten. De ijklijn voor de omrekening van infraroodprofielen naar grammen methaan is gebaseerd op GreenFeedmetingen aan meer dan 500 koeien op onderzoeksbedrijven. De Canadese fokwaarde methaanefficiëntie geeft een schatting voor de genetische aanleg voor methaanproductie, onafhankelijk van de genetische aanleg voor de productie van melk, vet en eiwit. Het Canadese rekencentrum Lactanet schat fokwaarden voor dochtergeteste stieren en genoomfokwaarden voor jonge stieren en vrouwelijke dieren. De fokwaarde methaanefficiëntie is opgenomen in de Canadese totaalindex LPI.

SCANDINAVIË
Het Scandinavische rekencentrum NAV, dat werkt voor veehouders in Denemarken, Zweden en Finland, publiceerde in mei 2025 voor het eerst (genoom)fokwaarden voor methaan voor holsteinstieren. In het najaar kwamen daar genoomfokwaarden voor vrouwelijke dieren bij. De eerste Scandinavische methaanindex was
gebaseerd op metingen van de methaanuitstoot van 8000 Deense holsteinkoeien op 40 bedrijven. Data werden verzameld met sniffers. Om de betrouwbaarheid van de fokwaarden verder te verhogen gaan de metingen in Denemarken door en ook in Zweden worden nu snifferdata verzameld. De onderzoekers verwachten de betrouwbaarheid van de methaanindex in de toekomst ook verder te kunnen verhogen door toevoegen van zogenaamde voorspellers. NAV denkt in de loop van 2026 ook methaanfokwaarden voor de rassen jersey en Scandinavisch roodbont te kunnen publiceren.

NEDERLAND EN VLAANDEREN
Voor Nederland en Vlaanderen schat Coöperatie CRV sinds april vorig jaar fokwaarden voor methaan. CRV BV heeft voor de eigen stieren de fokwaarde methaanreductie ontwikkeld. Deze fokwaarde staat voor de hoeveelheid methaan die een koe per dag produceert, onafhankelijk van haar melkproductie. De methaanfokwaarden zijn gebaseerd op metingen bij 14.000 koeien in het kader van het onderzoeksprogramma Climate Smart Cattle Breeding, een samenwerking tussen CRV, FrieslandCampina en Wageningen UR. De dataset zal de komende jaren verder worden uitgebreid.

NIEUW-ZEELAND
In Nieuw-Zeeland werken de fokkerijorganisaties LIC en CRV samen aan onderzoek naar de relatie tussen
genetische aanleg en methaanuitstoot. Hiervoor zijn enkele jaren met behulp van GreenFeeds methaanmetingen uitgevoerd tijdens de opfok van jonge stieren. Inmiddels zijn dochters van deze stieren aan de melk. Ook bij deze dochters wordt de methaanuitstoot nu gemeten om te bepalen in hoeverre de
uitstoot van jonge stieren bepalend is voor de methaanproductie van hun dochters.

ZWITSERLAND
Het Zwitserse rekencentrum Qualitas verwacht in april van dit jaar voor het eerst fokwaarden voor methaanefficiëntie te kunnen publiceren. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van de kennis van het Canadese rekencentrum Lactanet, waarmee ook data worden uitgewisseld. Om de omrekening van de informatie uit de
infraroodprofielen te onderbouwen wordt in Zwitserland op 64 bedrijven met behulp van sniffers de methaanuitstoot van individuele koeien gemeten. Ongeveer de helft van de dieren is van het holsteinras, de andere helft is van het brownswissras.

VERENIGDE STATEN
In de Verenigde Staten worden nog geen fokwaarden voor methaan gepubliceerd. Grote fokkerijorganisaties
als ST Genetics, Genus ABS en World Wide Sires hebben wel eigen fokwaarden ontwikkeld voor voerefficiëntie en claimen dat inzet van deze fokwaarden ook leidt tot een lagere methaanuitstoot. Waarop deze claims zijn gebaseerd, is niet duidelijk.

FRANKRIJK
In Frankrijk werkt onderzoeksinstituut INRAE aan de ontwikkeling van fokwaarden voor methaanuitstoot. De Fransen gebruiken hiervoor dezelfde methodiek als de Canadezen. De methaanuitstoot van koeien wordt niet direct gemeten, maar afgeleid uit de mid-infraroodspectra van melkmonsters. Wanneer in Frankrijk
fokwaarden gepubliceerd worden, is nog niet bekend.

DUITSLAND
De ontwikkeling van fokwaarden voor methaan staat in Duitsland nog in de kinderschoenen.

GROOT-BRITTANNIË
Britse veehouders kunnen nog niet direct fokken op methaan. Wel publiceert de Agricultural and
Horticultural Development Board (AHDB) de zogenaamde EnviroCowindex voor stieren. Deze index is
samengesteld uit fokwaarden voor onder andere levensduur en voerefficiëntie. Volgens de AHDB resulteert fokken op basis van deze index in koeien die minder broeikasgassen, waaronder methaan, uitstoten per kilogram voor vet en eiwit gecorrigeerde melk.