Professor Jo Leroy: ‘Neem ketose zeer serieus’

Professor Jo Leroy: ‘Neem ketose zeer serieus’
Professor Jo Leroy

De afgelopen maanden zijn publicaties verschenen waarin nieuwe inzichten in ketose (slepende melkziekte) worden gepresenteerd. Ketose zou niet als een ziekte moeten worden beschouwd, maar als een normaal fysiologisch proces. Behandeling zou vaak niet nodig zijn en de stress die met een gedwongen behandeling gepaard gaat, zou zelfs averechts kunnen werken.

Professor Jo Leroy is hoogleraar bij het departement Diergeneeskundige Wetenschappen aan de universiteit van Antwerpen en heeft veel kennis van de veranderingen die koeien doormaken in de transitie en opstart van een nieuwe lactatie. Hij noemt het gevaarlijk om ketose enkel en alleen als een normaal fysiologisch proces te beschouwen. Aan de hand van antwoorden op vijf vragen legt hij uit waarom.

Bent u het eens met de onderzoekers die stellen dat ketose niet moet worden gezien als een ziekte, maar als een normaal fysiologisch proces?

‘Met die stelling ben ik het op zich eens. In het verleden dachten we dat koeien ziek zouden worden van ketonlichamen. Die ontstaan als dieren bij een energietekort vetten gaan mobiliseren en tegelijk in de lever zelf veel suiker moeten aanmaken. Maar inmiddels weten we uit onderzoek dat dit niet het geval is. Gezonde koeien in het midden van de lactatie die hoge concentraties ketonen kregen toegediend, werden hierdoor niet ziek.’

‘Maar dit wil niet zeggen dat ketose geen probleem is en dat veehouders zich geen zorgen hoeven maken over koeien met hoge concentraties ketonen in het bloed of een ketose-attentie op de mpr. Perfect presterende, gezonde koeien met hoge ketonenconcentraties verdienen opvolging, maar geen behandeling. Ketose mag dan geen ziekte zijn, het is wel een symptoom van een mogelijk veel belangrijker onderliggend probleem, namelijk dat koeien onvoldoende energie opnemen uit voer of te veel energie verliezen als gevolg van chronische stress, ontsteking of een andere aandoening.’

Behandelen van koeien met ketose zou volgens de onderzoekers niet zinvol zijn. Bent u het hiermee eens?

‘Het is inderdaad niet zinvol om een koe te behandelen met bijvoorbeeld alleen maar propyleenglycol als de onderliggende oorzaak van de ketose niet wordt aangepakt. Dat ben ik met de onderzoekers eens. Maar als onderdeel van een behandeling waarbij eerst de oorzaak van de ketose wordt weggenomen, kan het wel degelijk helpen om een koe te behandelen om ook de ketose sneller te boven te komen.’

In publicaties wordt op basis van cijfers van praktijkbedrijven gesuggereerd dat ketose geen effect zou hebben op de vruchtbaarheid. Hoe ziet u dit?

‘Op basis van kengetallen van praktijkbedrijven harde conclusies trekken over de vruchtbaarheid van een koppel koeien vind ik gevaarlijk. Er zijn zoveel factoren die deze getallen kunnen beïnvloeden. Als koeien op 56 dagen na inseminatie niet opnieuw zijn geïnsemineerd, hoeft dat bijvoorbeeld niet per definitie te betekenen dat ze drachtig zijn. Een veehouder kan ook besluiten om koeien niet meer te insemineren en gust af te voeren.’

‘Op basis van de uitkomsten van een groot aantal wetenschappelijke studies ga ik er nog steeds vanuit dat ketose een negatief effect heeft op de vruchtbaarheid. Vergeet niet dat ketose meestal een symptoom is van een onderliggend probleem. En over één zaak hoeven we niet meer te discussiëren: ziekte in transitie resulteert in vruchtbaarheidsproblemen! Daar zijn alle studies het over eens!’

Is het volgens u zinvol om de eerste inseminatie uit te stellen bij koeien in een negatieve energiebalans?

‘Daar kijk ik genuanceerd naar. Ja, de kans op bevruchting stijgt naarmate de eerste inseminatie langer wordt uitgesteld. Maar tegelijkertijd neemt het risico toe dat lactaties te ver uitlopen. Dit kan werken voor heel persistente, hoogproductieve koeien en bij een op productie aangepast rantsoen. Maar het gros van de koeien dat te laat drachtig wordt, vervet aan het eind van de lactatie. Iedere veehouder weet dat koeien met een te ruime conditie te weinig voer opnemen rondom afkalven. Het gevolg daarvan is een verhoogd risico op gezondheidsproblemen en ketose. Deze koeien zullen weer moeilijker drachtig worden en daardoor in een negatieve spiraal raken, die lastig te doorbreken is.’

‘Mijn advies aan veehouders blijft om er alles aan te doen om koeien vanaf 70 tot 80 dagen in lactatie te kunnen insemineren. Een tussenkalftijd van rond de 400 dagen is voor het overgrote deel van de koeien nog altijd het meest ideaal.’

Wat adviseert u veehouders als het gaat over ketose?

‘Mijn advies aan veehouders is: neem ketose zeer serieus! Het is gevaarlijk en schadelijk voor koeien om te denken dat ketose niet meer dan een normaal fysiologisch proces is. Dat zet veehouders op het verkeerde been. Koeien met ketose verdienen wel degelijk de volle aandacht. Niet om de symptomen van ketose te bestrijden, maar wel om de oorzaak aan te pakken.’