Sinds het stikstofdecreet in 2024 in werking trad, begrenst een ammoniakplafond Vlaamse veehouders in de omvang van hun bedrijf. Bovendien moeten veehouders de ammoniakemissie de komende jaren fors reduceren. ‘Hiermee is ammoniak een beperkende factor geworden voor de verdiencapaciteit van een bedrijf en wordt het voor ondernemers steeds interessanter om te sturen op hun verdiencapaciteit binnen de grenzen van het ammoniakplafond’, vertelt Hein Smolders van Liba. Om veehouders hierin te ondersteunen introduceerde het adviesbureau een nieuw bedrijfseconomisch kengetal: saldo per kg ammoniak Uit een analyse van de boekhoudingen van Liba-klanten blijkt dat er op dit kengetal een grote variatie is tussen bedrijven. ‘De hoogste bedrijven realiseren een saldo van rond de 250 euro per kg ammoniak, terwijl de laagste bedrijven blijven steken op 150 euro’, vertelt Smolders. ‘Dit betekent ook dat er een groot verschil is in financiële ruimte om te investeren in ammoniak-reducerende maatregelen en technieken’, legt de adviseur uit.
Rekentool helpt sturen op saldo per kg ammoniak

In Vlaanderen en straks mogelijk ook in Nederland is ammoniak een beperkende factor voor de verdiencapaciteit van melkveebedrijven. Daarmee is het interessant om te sturen op saldo per kg ammoniak. Adviesbureau Liba ontwikkelde samen met CRV een rekentool. Fokken op Inet en NVI draagt bij aan een hoger saldo per kg ammoniak.
Hein Smolders, adviseur bij Liba: ‘Fokkerij kan naast management een aanzienlijke bijdrage leveren aan een hoog saldo per kg ammoniak’
Ook relevant voor Nederland
In samenwerking met CRV onderzocht Liba de belangrijkste oorzaken voor de variatie in saldo per kg ammoniak. ‘Met de inzichten uit dit onderzoek kunnen we veehouders gericht adviseren hoe het saldo per kilogram melk verhoogd kan worden’, zo duidt Smolders de waarde van de uitkomsten. Het onderzoek van Liba en CRV werd uitgevoerd met het oog op de uitwerking van het Vlaamse stikstofdecreet. ‘Maar met de recente stikstofplannen van het ministerie van LVVN zijn de uitkomsten ook interessant voor Nederlandse melkveehouders. Onderdeel van deze plannen is immers een uitstootnorm voor kilogrammen ammoniak per fosfaatrecht. Daarmee wordt ammoniak mogelijk ook in Nederland een beperkende factor en wordt het relevant om te streven naar een hoog saldo per kilogram ammoniak’, concludeert Smolders.
Voersaldo sterk bepalend
Om inzicht te krijgen in de verschillen verdeelde Liba de uitkomsten van een 150-tal bedrijven in vier groepen op basis van saldo per kg ammoniak. Belangrijke kengetallen voor deze vier groepen zijn weergegeven in tabel 1. Het kwart bedrijven met de laagste score realiseerde gemiddeld een saldo van 164 euro per kg ammoniak, terwijl het hoogste kwart uitkwam op 246 euro per kg ammoniak. Deze verschillen blijken sterk samen te hangen met verschillen in voersaldo per koe. ‘Bedrijven met een hoog saldo per kilogram ammoniak realiseren een
hogere melkproductie per koe, halen meer melk uit ruwvoer en hebben lagere totale voerkosten per liter melk dan bedrijven met een laag saldo per kilogram ammoniak’, concludeert Smolders uit de cijfers. Ook op andere kengetallen vond Smolders duidelijke verschillen. ‘Op de bedrijven met een hoog saldo is de levensduur van de koeien gemiddeld vijf maanden langer dan op bedrijven met een laag saldo. Het vervangingspercentage is op deze bedrijven daardoor acht procentpunt lager en er worden 1,4 stuks minder jongvee per tien melkkoeien opgefokt’, vertelt hij. ‘Goed diermanagement is dus een belangrijke voorwaarde voor een hoog saldo per kilogram ammoniak. Hoe ouder de koeien worden, hoe minder van de ammoniakruimte nodig is voor de opfok van jongvee en hoe meer er beschikbaar is voor de productie van melk’, legt de adviseur uit.

Rekentool helpt sturen
Om veehouders te helpen sturen ontwikkelde Liba, in samenwerking met CRV en met financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid, de rekentool ‘NH3 Optimaal’. ‘Voor de ontwikkeling van deze tool hebben we gezocht naar de bedrijfsdata met de grootste invloed op het saldo per kilogram ammoniak. Daarbij hebben we gekeken naar data uit de boekhouding, maar ook naar de uitkomsten van een enquête onder de veehouders en naar data van CRV’, vertelt Smolders. Uit dit onderzoek kwamen vijftien kengetallen bovendrijven, die gezamenlijk 85 procent van de verschillen in saldo per kg ammoniak verklaren. ‘Als veehouders deze kengetallen voor hun bedrijf invoeren in de rekentool, krijgen ze een betrouwbare indicatie van het saldo per kilogram ammoniak’, zegt de adviseur. ‘De ammoniakproductie wordt berekend op basis van forfaitaire normen. En doordat de uitkomsten zijn gebaseerd op een gestandaardiseerde melkprijs, zijn deze over bedrijven heen direct vergelijkbaar. Zo wordt voor veehouders duidelijk waar ze staan ten opzichte van collega’s’, licht hij toe.
Genetische aanleg telt
Data over melk-, vet- en eiwitproductie zijn belangrijke kengetallen voor de rekentool. Maar ook het aandeel koeien met een hoog celgetal, het uitvalspercentage binnen zestig dagen in lactatie, het aantal dagen droogstand en het aandeel jongvee worden meegenomen. Als economische kengetallen zijn de krachtvoerkosten per liter melk en de opfokkosten van vaarzen opgenomen. ‘Twee kengetallen worden subjectief bepaald’, vult Smolders aan. Het gaat om een score voor de luchtkwaliteit in de stal en een score voor de mate waarin een veehouder
risiconemend is. ‘De eerste score wordt meegenomen omdat we zien dat de bedrijven die hoog scoren op het saldo per kilogram ammoniak, ook hoog scoren op luchtkwaliteit. Zeker met een hete zomer als afgelopen jaar zijn ventilatie en luchtkwaliteit van groot belang’, geeft hij aan. ‘De tweede score is gebaseerd op de aanname dat veehouders die zichzelf als isiconemend beoordelen, gemiddeld genomen vaker van strategie wisselen. Hierdoor vinden ze soms lastiger de juiste weg in hun diermanagement’, verklaart de adviseur. Genetische aanleg blijkt sterk bepalend voor het saldo per kg ammoniak. Daarom zijn de gemiddelde Inet en NVI van de veestapel opgenomen als invoerwaarden voor de rekentool. ‘Koeien met een hoge Inet en NVI hebben de potentie om een hogere productie, voerefficiëntie en levensduur te behalen, en daarmee een betere benutting van de ammoniakruimte’, verklaart Smolders. ‘Zo kan fokkerij een belangrijke bijdrage leveren aan een hoger saldo per kilogram ammoniak.
