De wereldwijde A2-melkmarkt zal tegen 2034 dubbel zo groot zijn als in 2026, met een jaarlijkse groei van bijna 12 procent. Dat verwacht Fortune Business Insights (FBI), een mondiaal marktonderzoeksbureau. ‘Vooral in de regio Oceanië en Azië groeit de markt hard’, weet Patrick Pasgang, consulent korte keten en landbouwverbreding bij Boerenbond. ‘Daar is de A2 Milk Company sterk.’ De regio Azië-Oceanië vertegenwoordigde in 2025 ruim een derde van de wereldwijde A2-melkmarkt.
Is A2-melk niche of groeimarkt?

A2-melk wint wereldwijd terrein, vooral in Oceanië en Azië. Consumenten schrijven de melk een beter spijsverteringscomfort toe, maar de wetenschappelijke onderbouwing blijft onderwerp van discussie. Daardoor komt de markt in Europa moeilijk van de grond. Toch groeit het aantal A2A2-dieren in de melkveehouderij gestaag en zien sommige afnemers er kansen in.
Groei in EU verwacht
‘Vooral ervaring van consumenten en voorlichting over de betere verteerbaarheid van het A2-eiwit, met de wetenschap daarachter, stimuleren de vraag’, zegt een woordvoerder van de A2 Milk Company, een Nieuw-Zeelands bedrijf dat A1-eiwitvrije melk, of A2-melk, commercialiseert. ‘Sommige consumenten ondervinden minder spijsverteringsklachten van het A2-eiwit dan van het A1-eiwit, dat je doorgaans in “gewone” melk vindt’, zegt hij. Vooral in zuigelingenvoeding is A2-melk populair, omdat humane melk van nature vrij is van het A1- eiwit. Volgens het onafhankelijk marktonderzoeksbureau FBI zal die populariteit ook naar Europa – met 23 procent van de wereldmarkt in 2025 – en de rest van de wereld komen. Dit komt onder meer door het stijgende aantal problemen met de verteerbaarheid van melk. Kasper Hettinga, hoogleraar dairy processing & functionality aan Wageningen University & Research, nuanceert het gezondheidsvoordeel: ‘A2-melk is geen oplossing voor melk- of lactose-intolerantie. Bij deze aandoeningen verteert een consument moeilijker melksuiker, terwijl A2-melk van A1-melk verschilt in eiwitstructuur.’ Toch beweren sommige mensen dat ze een minder opgeblazen gevoel ervaren met A2-melk. Dit kan doordat het A2-eiwit anders verteerd wordt. In het A2-verhaal is het daarom moeilijk om te bepalen welke mensen baat hebben bij deze melksoort. ‘Ook toont de wetenschap geen verband van het eiwit met lactose-intolerantie’, zegt Hettinga.
Gezondheidsmarkt lastig
Omdat de gezondheidsvoordelen van A2-melk niet wetenschappelijke bewezen zijn, komt het volgens Patrick Pasgang van Boerenbond in Europa niet echt van de grond. ‘In 2020 verschenen er een paar A2-zuivelproducten in de Vlaamse winkelrekken om twee jaar later opnieuw te verdwijnen’, weet Pasgang uit marktonderzoek. ‘Omdat het spijsverteringscomfort niet onderbouwd is met cijfers, mag je het niet verkopen met een gezondheidsclaim. Zelfs al bij de voorzichtigste vermelding dat er meer verteringscomfort “kan zijn”, halen Europese voedselveiligheidsorganisaties de producten terug uit de winkelrekken.’ Desondanks kwam uit een project van Boerenbond, ILVO, UZ Gent en het Steunpunt Korte Keten naar voren dat 98 procent van de mensen met melkintolerantie geholpen was met A2-melk. ‘De vraag blijft alleen of de mensen écht lactose-intolerant waren, of slechts dachten te zijn’, zegt Pasgang. ‘Om het verband tussen lactose-intolerantie en A2-eiwitten te testen is er eigenlijk een groot onderzoek nodig van de Europese voedselautoriteit EFSA. Een die A2-melk zowel op lactose- als niet lactose-intolerante mensen test. Maar dat kost veel geld.’ Wel kunnen leveranciers inspelen op consumentenervaring. Vanuit die optiek liggen er vooral in de korte keten kansen. Pasgang: ‘Dan kun je het verhaal van de mogelijke gezondheidsvoordelen van A2-melk bij de consument brengen. Merkt die meer spijsverteringscomfort, dan komt die klant vast terug.’ Volgens hem kan dat een sneeuwbaleffect creëren. Hoe meer consumenten A2-melk als positief ervaren, hoe groter de markt wordt. ‘Als één gezinslid voordeel ondervindt van A2- melk, schakelt vaak het hele gezin over. Bij havermelk ligt dat anders. Dat is een heel ander product.’
Onbekend maakt onbemind
Toch blijft het zonder gezondheidsclaim moeilijk om A2-melk op grote schaal als gezondheidsproduct bij het brede publiek te positioneren. ‘Wel kun je er een ander verhaal aan knopen’, zegt Pasgang. ‘Zo wordt A2-melk als voller of romiger ervaren. Maar dat heeft er meer mee te maken dat de meeste A2-melk afkomstig is van jerseykoeien die een hoger vetpercentage geven. Bijkomend is het een knuffelbaar ras, dat een goed verhaal brengt in de markt.’ Ook zou je met A2-melk de barista- en koffiemarkt op kunnen gaan. ‘A2-eiwitten blijven langer opgeschuimd’, weet Pasgang. ‘Desondanks blijft dat een kleine markt. Te klein om als grote zuivelfabriek te investeren in een aparte zuivellijn.’ Jan-Willem ter Avest, woordvoerder van zuivelcoöperatie FrieslandCampina, bevestigt dat. ‘A2-melk blijft voorlopig een nicheproduct, dat vooral in Oceanië en in kindervoeding bekend is. In Europa zien we geen brede consumenten- of marktvraag en daarom zetten we er ook niet actief op in.’ Daarnaast is ook het aanbod van A2-melk beperkt. ‘Binnen onze coöperatie is er momenteel geen separate A2-melkstroom. Wij verwerken deze melk niet apart.’ Wel laat het bedrijf weten de ontwikkelingen in de markt te volgen. ‘Mocht de vraag zich verder ontwikkelen in Europa of in specifieke toepassingen, dan zullen wij uiteraard kijken naar de mogelijkheden binnen ons portfolio en verwerking’, aldus Ter Avest.
A2 op verpakking extra troef
Een zuivelorganisaties die wel met A2-melk aan de slag gaat, is Farmel. Dit bedrijf fungeert als de schakel tussen zuivelfabriek en melkveehouder. Volgens Germ Bruinsma, manager melkveehouderij bij Farmel, is de vraag naar A2-melk er wel, maar is die beperkt. ‘Net als weidemelk, kalf-bij-koemelk of Planet- Proof-melk is A2-melk een unieke melkstroom die sommige afnemers willen’, zegt hij. ‘En net als bij andere van zulke melkstromen krijgen veehouders bij A2-melk een toeslag boven op de reguliere melkprijs. Afhankelijk van de inspanningen krijgt de veehouder circa vijf cent extra per liter melk.’ Een van de partners van Farmel is Holland Jersey. Iris van der Gun, commercieel manager bij Holland Jersey, geeft toe dat A2-melk relatief onbekend is bij het brede publiek. Maar A2 als extra op de verpakking noemen, is een mooie extra troef voor hun jerseyproducten. Ondanks die extra troef is het nu niet de makkelijkste melk-stroom om als boer te leveren, stelt Bruinsma. Het aanbod blijft hierdoor relatief beperkt. Zo mag er geen druppel A1- melk in de tank zitten. En dat is moeilijk zolang er een paar koeien in de veestapel zijn die het A1-gen dragen. Of je scheidt de melk in twee aparte koeltanks, of je fokt alle A1-koeien na DNA-onderzoek uit de veestapel.
Vijf tot acht jaar fokken
Onderzoekers van de Australische Curtin University en Nieuw- Zeelandse Lincoln University melden dat ongeveer de helft van de wereldwijde holsteinpopulatie het A2-gen al van nature draagt. Via gerichte fokkerij kan een veehouder binnen vijf tot acht jaar een volledige A2A2-veestapel opbouwen. Volgens Bruinsma van Farmel zetten fokkerijorganisaties steeds sterker in op A2A2-stieren, waardoor het aanbod A2- melk uiteindelijk ook vanzelf zal groeien. Marcel Fox, foktechnicus bij CRV, bevestigt dat. ‘Al is het zeker geen prioriteitskenmerk’, zegt hij. ‘Het kenmerk zit in onze DNA-merkertesten en we nemen het gewoon mee in ons fokprogramma. Draagt een goede stiermoeder bijvoorbeeld het A2-gen, dan heeft die onze voorkeur. Op voorwaarde dat het niet ten koste gaat van andere kenmerken.’ Het maakt dat het A2A2-stierenaanbod de laatste jaren is gegroeid. ‘In 2020 was de helft van onze stieren A2A2’, vervolgt Fox. ‘Vandaag is dat circa zeventig procent. En van de populatie huidige stiervaders, dus de vaders van de stieren die in de toekomst op de markt komen, is tachtig procent van onze stieren A2A2.’ Als die groei zo doorgaat, produceren CRV-klanten binnenkort misschien meer A2-melk dan ze zelf denken.
A1 en A2: melkeiwitten die de spijsvertering beïnvloeden
A1 en A2 zijn twee varianten van het melkeiwit bètacaseïne. Ze verschillen slechts in één aminozuur. Zo bevat A1 het aminozuur proline. Wordt dit vervangen door histidine, dan wordt het een A2-melkeiwit. Dat kleine verschil zorgt ervoor dat beide eiwitten verschillend worden verteerd. Tijdens de vertering van A1-bètacaseïne kan het peptide BCM-7 vrijkomen. Sommige onderzoekers vermoeden dat dit verband houdt met darmongemakken bij bepaalde consumenten. Bij A2-bètacaseïne komt er wel nog BCM-7 vrij, maar iets minder. Om deze, maar ook andere verschillen tijdens de vertering, wordt A2-melk vaak in verband gebracht met meer spijsverteringscomfort. Over de precieze effecten van BCM-7 bestaat echter nog wetenschappelijke discussie. Een duidelijk verband met lactose-intolerantie is tot op vandaag niet aangetoond.
