Gezond hard melken is teamwerk

Gezond hard melken is teamwerk

Als Thijs van Gastel ’s avonds zijn laatste ronde maakt, wil hij zeker weten dat hij die dag in de stal niets heeft laten liggen. De melkveehouder is gedreven om het allerbeste uit zijn koeien te halen. Maar hij realiseert zich ook dat dit alleen slaagt met een team van de allerbeste mensen.

Zo aan het voerhek valt ze niet eens zo op. Maar als Delta Lush zich presenteert, wordt al meer duidelijk waarom Thijs van Gastel haar aanwijst als zijn stalfavoriet. En als de veehouder uit het Brabantse Nispen vertelt over de prestaties van de Woodydochter, is zijn enthousiasme helemaal verklaard.

Lush werd als derdekalfskoe excellent ingeschreven met 92 uier, 92 beenwerk en 91 algemeen voorkomen en presteerde verdienstelijk op keuringen. Ze produceerde in haar tweede lactatie 15.415 kg melk met 4,18 procent vet en 3,56 procent eiwit in 305 dagen en wordt in haar derde lijst voorspeld op 21.500 kg melk, met wel lagere gehalten.

‘Ze gaf op haar top moeiteloos 95 kilo melk per dag’, vertelt Thijs. ‘En omdat we de voeropname van individuele koeien meten, weten we dat ze ook ver bovengemiddeld scoort op voerefficiëntie. In haar tweede lactatie gaf ze in de periode tussen dag 70 en dag 220 gemiddeld twee kilo meetmelk per kilogram
droge stof.’

Eigen koefamilies weggeconcurreerd

Lush, een halfzus van de stier Delta Lucardi en een nichtje van Delta Encourage, is een van de vele representanten van het Delta-fokprogramma in de veestapel van de familie Van Gastel. Zo melken de veehouders uit het West-Brabantse Nispen een groot aantal nakomelingen uit Grant D Fay, de grootmoeder van de stieren Dolmen en Flagstone. Recent kregen ze ook nog een volle zus van de stier Double W Rustic aan de melk.

‘In 2008 zijn we gestart als CRV-testbedrijf en sindsdien kopen we jaarlijks vijftien tot twintig vaarzen aan. Deze zijn als pink ingezet als donor voor het fokprogramma’, vertelt Thijs. ‘Toen we begonnen als testbedrijf, was het genetisch niveau in de veestapel al best hoog. Mijn vader was ook fanatiek in de fokkerij en had als een van de deelnemers in het Ganvo-syndicaat geïnvesteerd in potentiële stiermoeders. Maar de Delta-vaarzen en hun nafok hebben onze oude koefamilies grotendeels weggeconcurreerd. Onze eigen koefamilies kunnen op productie en exterieur de vergelijking redelijk aan. Maar op gezondheidskenmerken winnen de Delta-families’, ziet de veehouder. Definitief afscheid nemen van nakomelingen van koeien als Ganvo Lavendel en Ganvo Anemoon, de moeder van de stier Ganvo Alexander, kunnen vader en zoon Van Gastel nog niet. ‘Daarvoor zijn we te veel fokkerijliefhebbers’, verklaart Thijs glimlachend.

Stiermoeders fokken, als het even kan met fraai exterieur. Dit is het even simpele als ambitieuze fokdoel van de familie Van Gastel. Daarom blijft Thijs investeren in de aankoop van vaarzen, selecteert hij op basis van genoomfokwaarden scherp in het vrouwelijk vee voor de fokkerij en zet hij steeds de allerhoogste jonge genoomstieren in. ‘Doorgaans koop ik niet meer dan tien rietjes van een stier. Als die op zijn, staat er altijd weer een betere stier klaar’, stelt de veehouder vast.

Samenwerking gouden greep

Fokkerij is beslist niet het enige onderdeel van de bedrijfsvoering waarop Thijs van Gastel streeft naar het allerbeste. Zo werkt hij al jaren samen met dezelfde fanatieke voeradviseur, Edwin Broeders van ForFarmers. ‘Hij kan, naast zijn eigen kennis en ervaring, altijd een beroep doen op een team van collega’s. Zo hebben we samen met robotspecialist Pieter Fleerakkers afgelopen winter gewerkt aan verbetering van de robotbenutting, door aanpassingen in de instellingen, maar ook door anders te gaan voeren. We voeren nu een geconcentreerder rantsoen met meer krachtvoeders en bijproducten aan het voerhek. Daardoor hoeven we minder krachtvoer in de robot te geven en gaat geen melktijd verloren omdat de koeien de robot gebruiken als krachtvoerstation’, legt Van Gastel uit. ‘Daarnaast hebben we ook de voerefficiëntie verhoogd door vanaf tachtig dagen in lactatie te gaan voeren op basis van een voercurve die strakker de productie volgt.’

‘De aanpassingen pakken heel goed uit’, stelt de veehouder vast. ‘Sinds september is de BSK van de veestapel met meer dan tien punten gestegen van 57 naar 68. Zonder tegenslag gaan we dit jaar 2,85 miljoen kilo melk afleveren, dat wil zeggen zo’n 9,5 ton per robot.’ Overigens benadrukt hij dat de allerhoogste melkproductie geen doel op zich is. ‘De gezondheid van de koeien komt op de eerste plaats. Maar de dieren hebben de genetische aanleg om veel melk te produceren en dan is het een mooie uitdaging om dat er ook echt uit te halen met goed management en het beste rantsoen.’

Enthousiast is Van Gastel ook over de samenwerking met jongveeopfokkers Piet en Lia de Meijer. ‘Zij zijn met het jongvee alnet zo fanatiek als wij met de melkkoeien’, merkt hij. ‘De samenwerking werd eigenlijk uit nood geboren toen we in de knel kwamen bij de invoering van de fosfaatwet, net nadat we hadden geïnvesteerd in uitbreiding van de stal. Maar de samenwerking is een gouden greep gebleken, ook al omdat we hierdoor minder werk en extra grond onder het bedrijf kregen.’

Werk gemakkelijk uitbesteed

Kantoorwerk hoort erbij op een hedendaags melkveebedrijf. Maar blij wordt Van Gastel er niet van. ‘Als ik een halve dag op kantoor heb gezeten, word ik onrustig en moet ik de stal in. Als ik ’s avonds de laatste ronde maak, wil ik zeker weten dat het werk bij de koeien bij is en dat ik die dag nergens iets heb laten liggen’, zo verklaart de koeienboer zijn onrust. ‘Je moet als ondernemer doen waar je plezier in hebt en waar je goed in bent’, vindt hij. ‘Dit betekent dat ik werk gemakkelijk uitbesteed. Neem alleen al de hele mestboekhouding, die is inmiddels zo complex en de wetgeving verandert zo snel, dat is allemaal niet meer bij te houden. Ik ben dan ook heel blij dat ik kan vertrouwen op specialisten die dit voor mij opvolgen.’ ‘Met een goed team van betrouwbare bedrijven en adviseurs om je heen bereik je als ondernemer meer’, stelt hij met overtuiging. ‘Zonder zo’n team hadden we nooit gestaan, waar we nu staan.’

Verschillende meststromen goed benut

Dat Van Gastel zijn aandacht vooral op de koeien richt, wil niet zeggen dat hij geen oog heeft voor zijn omgeving. ‘Kansen om op het juiste moment te investeren in technieken om het bedrijf te verduurzamen, hebben we steeds gepakt’, legt hij uit. Zo ligt het dak van de stal vol zonnepanelen en zijn batterijen geplaatst om de zelf opgewekte stroom goed te benutten. Geïnvesteerd heeft de familie Van Gastel ook in een systeem van putten waarin onder ander het erfwater en het spoelwater
van de robots gescheiden kan worden opgevangen. ‘Dit water gebruiken we om de mest te verdunnen bij het uitrijden’, vertelt de veehouder. ‘Dankzij extra putten is het ook mogelijk om mest die door de mestscheider is gegaan, apart op te slaan. Doordat we de verschillende meststromen gescheiden houden, kunnen we deze gerichter inzetten, de mineralen beter benutten en besparen op de kosten voor mestafvoer.’

Overigens vervangt de familie Van Gastel een groot deel van de kunstmest door organische meststoffen. ‘De eerste snede bemesten we met vloeibare kunstmest, maar daarna vullen we de eigen mest aan met organisch digestaat van een suikerfabriek. Zo nodig, bemesten we nog gericht bij met bijvoorbeeld kali. ‘

Veel erin, veel eruit

‘De eigen energievoorziening, een efficiënte benutting van meststoffen en een hoge voerefficiëntie pakken gunstig uit voor de koolstofvoetafdruk van de melkproductie’, stelt Thijs van Gastel vast. ‘Op dit onderdeel halen we altijd de maximale premie in Foqus planet’, vertelt hij. ‘En in de KringloopWijzer scoren we ook heel hoog op stikstofefficiëntie. Er gaat bij ons best veel in. Maar er komt ook veel uit. Daardoor produceren onze koeien heel efficiënt.’

Het zijn koeien als Delta Lush die voor Van Gastel bevestigen dat de grens van efficiënt produceren nog lang niet is bereikt. ‘Als ik zie hoe de koeien met de allerbeste genetica hier probleemloos en heel efficiënt hoge producties halen, dan is er nog veel mogelijk. Dat gaat de sector zeker nog helpen om emissies verder te verlagen.’

Het gesprek met Thijs vindt plaats op de dag voor de presentatie van de stikstofbrief van minister Van Essen. De jonge ondernemer wil zich op voorhand niet te druk maken om de uitkomst en is ervan overtuigd dat er voor nieuwe uitdagingen ook weer nieuwe oplossingen te vinden zullen zijn. Maar het zou wel erg zuur zijn als veehouders die hun nek hebben uitgestoken, daar niet voor beloond zouden worden. ‘Wij zien hier dat je met hoogproductief en efficiënt boeren emissies vergaand kunt verlagen. Maar als de overheid besluit om te gaan sturen op forfaitaire getallen en een platte gve-norm, hebben we alsnog een probleem ...’